Meestal op café.
Daar kwam ik het tegen.
Dit boek.

Ik hoorde erover.
De plaats waar hij heen ging.
Wanneer de wereld te groot leek.

Maar nooit zag ik meer.
Verder dan een zwarte omslag ging het niet.
Toch had ik zo’n gevoel.

Uiteindelijk vroeg ik ernaar.
En toen vond ik dit.

– Chiaran Verheyden

Hoe ik ook om je schrei en schrijf zodra ik dit sluit
wordt het stil in m’n hoofd
op dezelfde wijze als de wereld luid
en verdraag ik het niet hoe je net zo
in me verwelkt
als je buiten me bloeit
is het omdat we zo’n uiterst dezelfde uitersten zijn?
hoe jij, als een kasplant in alle juiste omstandigheden, een toekomst aan je boetseert die al ís
vanaf de moment dat je hem droomde
omdat net jij hem droomde.
En hoe ik, als stond ik ongewapend voor de molen, doorweekt en bezwaard rondkuier
terwijl ik een verloren hemel teel. 

– Wietse Bellens